Etnische diversiteit leidt tot daling wantrouwen in buurt

nov 14, 2015 by

Etnische diversiteit leidt tot daling wantrouwen in buurt

Gisteren verscheen er een vreemd artikel in de Volkskrant over een ‘inconvenient truth’ voor links: meer etnische en culturele diversiteit leidt tot een lager vertrouwen en minder behulpzaamheid in wijken. De Volkskrant brulde zo hard het kan: Gemengde wijk leidt niet tot onderling wantrouwen.

Als reactie op de stelling van de Amerikaanse socioloog Robert Putnam uit 2007 (meer diversiteit leidt tot minder solidariteit op wijkniveau) verschenen talloze studies die trachtten het tegendeel te bewijzen. Zo beweerden de Nijmeegse sociologen Gesthuizen, Van der Meer en Scheepers dat er op nationaal niveau geen verband was tussen etnische diversiteit en vertrouwen. Dat werd destijds tegengesproken door de sociologen Jaap Dronkers en Bram Lancee van het Europees Universitair Instituut bij Florence. Zij beweerden -terecht- dat dit geen weerlegging was van Putnam, die sprak over wijkniveau en niet nationaal niveau.

Toch kan ook op nationaal niveau er gemakkelijk aangetoond worden dat etnische en culturele diversiteit leidt tot spanningen en onderling wantrouwen. Kijk maar naar de communautaire spanningen in België. Walen en Vlamingen leven langs elkaar heen en er is veel onderling wantrouwen: er is een hele spaghetti-soep aan instellingen om er voor te zorgen dat het land bijeen blijft.

Terug naar de wijken. In het bovengenoemde Volkskrant-artikel wordt verwezen naar een artikel van sociologen Maria Abascal van Princeton University en Delia Baldassarri van de Universiteit van New York. Zij beweren dat Putnam een verkeerde methode heeft gebruikt, want – en dan komt het:

hij [Putnam, red.] houdt geen rekening met het feit dat mensen uit sommige andere culturen sowieso meer op zichzelf zijn, in zijn geval vooral Afro-Amerikanen en latino’s.

Dat is ironisch, want het bewijst juist het punt van Putnam, namelijk dat de komst van Afro-Amerikanen en Latino’s in een buurt (dus meer diversiteit) leidt tot minder sociale samenhang. De omgekeerde  ontwikkeling komt namelijk nauwelijks voor. Het gegeven van ‘white flight’ bevestigt Putnam’s stelling: blanken willen niet graag in een wijk wonen waarin de sociale cohesie afneemt.

Ook andere aangehaalde Nederlandse sociologen in het artikel bevestigen onbewust Putnam’s stelling, zoals Hoogleraar sociale geografie Sako Musterd, ondanks dat ze worden opgevoerd om Putnam te ontkrachten. Musterd:

We vinden vooral verschillen tussen afzonderlijke bevolkingsgroepen. Maar etnische diversiteit op zich doet niet zoveel.

Dat is wederom juist het punt van Putnam: als de diversiteit toeneemt, dan gaat per saldo de sociale cohesie in de buurt als geheel omlaag. Het zijn juist de diversiteitsaspecten, zoals taal, godsdienst en gebruiken die er voor zorgen dat mensen minder met elkaar omgaan en alleen wat doen voor de ‘eigen groep’.

Het bovengenoemde krantenartikel van de hand van redacteur Maarten Keulemans is zeer eenzijdig, want gekende sociologen Dronkers en Lancée, die nota bene in 2008 aan het woord kwamen in de Volkskrant, worden niet aangehaald. Deze hebben nochtans interessante inzichten over de dynamiek in een multiculturele samenleving. Uit het artikel uit 2008 citeren we:

In eigen kring kunnen minderheden sociaal kapitaal opbouwen. Sociologen noemen dat bonding social capital. Een gezonde samenleving heeft echter ook bridging social capital nodig als verbinding tussen de verschillende sociale groepen.

Dit bevestigt -nogmaals- dat diversiteit weliswaar kan leiden tot een hogere bonding capital binnen minderheden, maar dat de bridging capital van de wijk als geheel afneemt. Putnam heeft wat dat betreft nog meer gelijk dan ooit: etnische, culturele en religieuze diversiteit leidt tot een gespleten samenleving en daarmee minder sociale solidariteit.

Leave a Reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

Time limit is exhausted. Please reload CAPTCHA.