Werkgevers willen gedweeë werknemers uit vreemde culturen

sep 14, 2015 by

Werkgevers willen gedweeë werknemers uit vreemde culturen

Tegenwoordig is het nauwelijks voor te stellen, maar in de 19de eeuw en een groot deel van de 20ste eeuw kwam de baas voor de werknemer vlak na God – hij beschikte wie er werk had en wie niet. En dat maakte nogal wat uit, want destijds waren er geen noemenswaardige uitkeringen. Dat kwam omdat hij alle grond in de gemeente bezat of de lokale fabriek. Je kon maar beter geen ruzie hebben met hem, en deed er goed aan je pet af te nemen als je hem tegenkwam op straat.

De tijden zijn wat dat betreft wel veranderd. Mensen kunnen makkelijker werk vinden dankzij meer mogelijkheden in onderwijs en door mobiliteit – de auto en het openbaar vervoer maakt het makkelijker om elders werk te vinden in het land. De arbeid is ook beter georganiseerd met wet- en regelgeving, en deze zijn met name dankzij de vakbond tot stand gekomen. In een arbeidsconflict kan de ‘bond’ helpen met rechtsbijstand of door collectieve actie, zoals staking.

Werkgevers hebben een hekel aan mensen die weten wat hun rechten zijn en de lokale mores kennen. Zij hebben liever werknemers die juist niet weten hoe het werkt en bereid zijn voor een laag loon te werken. Dat verklaart waarom Syrische en Iraakse migranten niet met open armen worden ontvangen in de rijke Golfstaten. Zij spreken de taal, kunnen vaak Arabisch lezen en kennen de mores. Dat zijn lastige werknemers, want die zullen eerder looneisen stellen en misstanden aankaarten.

De rijke Golfstaten drijven niet alleen op olie, maar ook op goedkope arbeid van miljoenen gastarbeiders. Zo bestond in Saudië-Arabië volgens de statistieken van Gulf Labour Markets and Migration in 2013 een derde van de bevolking uit buitenlandse ingezetenen (~15 miljoen). De Verenigde Arabische Emiraten spant op dat vlak toch wel de kroon met een geschatte 8 miljoen buitenlanders en minder dan 1 miljoen burgers in 2010.

Als je de statistieken van Gulf Labour Markets and Migration er op na slaat, dan is het eerste wat opvalt dat de meeste migranten in de Golfstaten juist niet uit de Arabische wereld komen, maar uit India en haar omliggende staten, zoals Nepal en Bangladesh. Een goed voorbeeld is Qatar, waar 50% van de bevolking uit deze regio komt. Daar komen de goedkope arbeidskrachten vandaan die vaak niet de taal spreken en daardoor makkelijk zijn uit te buiten. Er is soms sprake van praktische slavernij.

Zodoende is er een vreemde situatie aan het ontstaan. Er zijn miljoenen Iraak en Syrische vluchtelingen die maar al te graag een nieuw bestaan wensen op te bouwen, het liefst in een omgeving die zij kennen en met mensen met wie zij dezelfde godsdienst en cultuur delen. Maar in de Golfstaten, waar men miljoenen arbeidskrachten nodig heeft, wil men hen desondanks niet. Dat komt omdat het systeem is gericht op uitbuiting – men wil goedkope, gedweeë arbeidskrachten.

Dat geldt echter eveneens voor West-Europa. Er is een miljoenen werkloosheid in landen als Frankrijk en Spanje, maar men doet geen enkele moeite om dit arbeidsreservoir te tappen, maar men trekt arbeid aan uit Oost-Europa en zelfs via de nieuwe migrantenstromen uit het Midden-Oosten. De werkgevers willen namelijk liever geen arbeidskrachten die snel integreren en makkelijk organiseren met de lokale werknemers. Men wil goedkope, gedweeë arbeiders uit vreemde culturen.

1 Comment

  1. Beste Bart,

    In Europa ressorteert uitbuiting van West-Aziatische vluchtelingen als arbeidskrachten ook onder het door Jesse Klaver als ‘economisme’ gedefinieerde kapitalistische systeem. Mijn kritiek op dit systeem vinden jullie verwoord in mijn laatste novelle Liefde en meer…. die net uit is (Eerste druk in eigen beheer). Graag even aanschrijfadres van jullie recensent, dan stuur ik aan haar/hem even een recensie-exemplaar toe.

    Met collegiale groet,
    Jan Best de Vries

Leave a Reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

Time limit is exhausted. Please reload CAPTCHA.