China’s opkomst… en ondergang?

aug 27, 2015 by

China’s opkomst… en ondergang?

De ironie van China is dat het formeel een communistisch land is, maar dat het nu wordt geconfronteerd met de ultieme kapitalistische crisis – de beurskrach. In de ogen van veel mensen is het moderne China een kapitalistisch land geworden en leidt het vanzelfsprekend aan dezelfde kwalen als een kapitalistisch land. Dit is echter niet het volledige verhaal.

China onderscheidde zich vanaf 1979 van de Sovjet-Unie door een nieuwe economische politiek onder leiding van Deng Xiaoping. Deng was een typisch product van het Chinese communisme, waarin de ideologie een secundaire rol speelde in de nationalistische zoektocht naar het herstel van China als wereldmacht. Reeds in 1961 formuleerde hij zijn economische politiek als volgt: “Het maakt niet uit of de kat wit of zwart is, als hij maar muizen vangt.” Als gevolg introduceerde hij als leider marktwerking op kleine schaal – er werd in 4 kuststeden, later uitgebreid naar 14 kuststeden, geëxperimenteerd met marktwerking en buitenlandse investeringen. Een historische economische opgang had het tot gevolg en meer dan 400 miljoen Chinezen leven tegenwoordig in welstand.

Deng’s hervormingen werden niet zonder tegenstand ingevoerd. De bestaande staatsbedrijven vormen een machtige lobby en ook het leger blijft een staat binnen een staat met een conglomeraat aan eigen bedrijven. De meeste bedrijven blijven op ouderwetse communistische wijze bestuurd en buitenlandse bedrijven kunnen feitelijk niet onafhankelijk opereren maar slechts in de vorm van joint-ventures. Uiteindelijk blijft de moderne economische ontwikkeling beperkt tot de bovengenoemde 14 kuststeden. Uiteraard profiteert het achterland van de vraag naar producten en diensten, maar in het rurale ‘achterland’ leven 1 miljard mensen die de goedkope arbeid leveren voor het economische wonder.

China is feitelijk een land met twee economieën – de gematigde gemengde economie in de 14 kuststeden en de staatsgeleide economie in de rest van het land. In de eerstgenoemde economie leven de mensen een middenklassenbestaan en in de rest van het land leven de meeste mensen in armoede als boer of arbeider. Het gevolg is een toevloed van mensen naar de kuststeden, waar mensen wel welkom zijn om te werken maar niet om te leven. Je kunt niet zomaar naar de stad verhuizen. Zo waren de Olympische Spelen in 2008 een goede aanleiding om een veiligheidsgordel op te trekken rond Beijing. Overal staan politieposten en slagbomen en je komt tegenwoordig als plattelandsmens niet zomaar de stad binnen zonder de juiste papieren.

De huidige crisis in China heeft niet alleen te maken met de huizenbubbel, die natuurlijk wel een rol blijft spelen, maar ook met de problemen van de twee economieën. De explosie in de havenstad Tianjin heeft laten zien dat zelfs in een moderne stad dat onder directe controle staat van de nationale overheid er veel mis gaat in de handhaving van basale veiligheidsregels. Tevens laat het zien dat de plattelandsjongens die bij de brandweer werkten geen benul hadden van industriële brandblusmethoden. Er zijn met andere woorden veel onderhuidse problemen, die zijn verbonden aan de bedrijfsvoering: zo is ‘insider trading’ (handel met voorkennis) de normaalste zaak van de wereld in China en gaan er tientallen miljarden investeringen verloren in onrendabele staatsbedrijven.

Bij de huidige crisis is het goed te bedenken dat China geen moderne economie heeft en dat het grootste gedeelte van de Chinese rijkdom is geconcentreerd in de 14 grote kuststeden die sinds 1984 de motoren vormen van de Chinese economie. Nu de vraag voor producten vanuit Amerika en Europa terugloopt en de Chinese arbeidskosten de pan uitrijzen wordt duidelijk dat het Chinese groeimodel de grenzen van de groei heeft bereikt. De Chinese regering heeft al geprobeerd de binnenlandse groei te stimuleren door meer publieke werken, maar tegenwoordig is vooral de Yuan het laatste redmiddel om de Chinese export op pijl te houden. Wat alvast zeker is, is dat het tijdperk van groei met dubbele cijfers over is. Dit jaar hoopt men op 7% groei, een optimistische schatting.

Het huidige gevaar is een ‘perfect storm’ waarin de beurs onderuit blijft gaan door handel met voorkennis (en angst), de Chinese regering door de maatregelen om de beurs recht te trekken de munt niet langer kan blijven devalueren en de economie in de grote kuststeden in een neerwaartse spiraal terechtkomt met als gevolg een gigantische werkloosheid in zowel stad als op het platteland. Het kan er toe leiden dat de kuststeden verder worden afgesloten van binnenlandse migratie met als gevolg een de facto scheiding tussen het arme platteland en de welvarende stads-staten aan de kust. Zo kunnen er onlusten ontstaan in de steden (zoals in 1989) of een opstand van het leger, dat grotendeels bestaat uit plattelanders. China balanceert met andere woorden op de rand van de afgrond.

Share This

Leave a Reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

Time limit is exhausted. Please reload CAPTCHA.