“Vlamingen, gedenk de Gulden sporen…”

jul 12, 2015 by

“Vlamingen, gedenk de Gulden sporen…”

Elk jaar vieren Vlamingen 11 juli, de datum waarop in 1302 het Franse ridderleger -tegen alle verwachtingen in- werd verslagen door een Vlaams arbeidersleger. De Vlaamse helden waren eenvoudige werkmensen als de wever Deconinck en de slager Breydel. Het is dan ook geen wonder dat deze dag velen tot de verbeelding spreekt. Politici hebben echter altijd getracht munt te slaan uit dit populaire feest, vaak tegen de belangen van het volk in.

In 1914, toen de Duitsers België binnenvielen, riep de Belgische koning Vlamingen op om zich vrijwillig te melden voor het leger: “Vlamingen, gedenk de Gulden sporen…” Vervolgens werden de Vlaamse taaleisen vier jaar lang genegeerd. Na de oorlog dreigden ze zelfs geheel van tafel te verdwijnen als gevolg van Franstalig patriottisme. Alleen de Frontbeweging, een groep ontevreden Vlaamse soldaten, slaagde er met moeite in om de eisen weer op tafel te krijgen.

Tegenwoordig is het niet anders. Gisteren greep de Vlaamse premier Geert Bourgeois de Vlaamse feestdag aan naar een iftar-maaltijd (maaltijd voor het breken van de vasten tijdens de Islamitische vastenmaand Ramadan, NvdR) te gaan met de boodschap: “Vlaamse moslims, 11 juli is ook uw feestdag“.

Het is een mooi gebaar om het nationale feest open te stellen voor buitenstaanders, maar ook een loos  gebaar: worden vreemdelingen tot nog toe verhinderd om nu mee te doen? Nee, het staat iedereen vrij mee te doen aan festiviteiten. Maar er is gewoon geen interesse onder vreemdelingen. Bourgeois moest dan ook naar de iftarmaaltijd om moslims te gaan bedelen en smeken:

Wij zullen niet vergeten dat veel jonge moslims in de Vlaamse modder gevallen zijn, dat zij meestreden voor ons Vlamingen, voor onze rechten en vrijheden.

Je wordt stil van zoveel hypocrisie. Tijdens de Guldensporenslag vochten geen moslims mee. Sterker nog, de slag speelde zich af in de nadagen van de Kruistochten en veel strijders hadden hun sporen juist gewonnen in dit godsdienstconflict, niet in de laatste plaats Robrecht van Bethune, de ‘Leeuw van Vlaanderen’. Bourgeois verwees naar de Eerste Wereldoorlog, maar de Algerijnen en Marokkanen vochten voor Frankrijk en daarmee voor de Francofonie, niet voor de Vlamingen.

De Vlaamse veteranen uit de Eerste Wereldoorlog hadden bovendien zeer slechte herinneringen aan de  Noord-Afrikaanse ‘mede-strijders’. Om dit aan te tonen is hier een citaat uit een onverdachte bron – een Vlaamse socialistische soldaat in het anti-militaristische blad ‘Neen!’ (juni 1932) – onder de titel ‘Barbaarsheid’:

Zoo staat mij nog voor den geest, dat op zekeren morgen de Arabieren van het slagveld terugkeerden. in beschrijflijken hoogmoed hadden zij zich getooid met een halssnoer van afgesneden oren en neuzen!

Deze halve wilden gelooven niet in den dood door den kogel. Een vijand kan slechts werkelijk dood zin, als hem het hoofd van den romp gescheiden is. En met de overwinningsgloed in de oogen, de bloedroode korte sabel in de eene, en een rist afgesneden hoofden van gevallen Duitschers in de andere hand, kwamen zij terug bij hun wapenbroeders waar zij met gejuich ontvangen werden.

Zoo werd onder de vanen van het Fransch militarisme onze hooggeroemde WESTERSCHE BESCHAVING gered!

Daarom dienen we altijd de Guldensporenslag blijven gedenken. Niet alleen Vlamingen, maar ook mensen in het algemeen. Het is een zinnebeeld van hoe de gewone werkman opstond tegen de arrogantie van de macht, van de zogenaamde elite. De elite die ons genadeloos belast en onzin verkoopt. De Guldensporenslag is een teken dat men het niet meer pikte, de wapens oppakte en de toenmalige elite een flink pak rammel verkocht. Deze boodschap is universeel en tijdloos: de Leliaarts zijn nog onder ons!

Leave a Reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

Time limit is exhausted. Please reload CAPTCHA.