Een filosoof gaat naar de supermarkt

jan 15, 2015 by

Een filosoof gaat naar de supermarkt

Een filosoof gaat naar de supermarkt. Het lijkt een goed begin voor een hilarische mop, maar in realiteit is dit het allerminst. Of misschien toch wel, nu ik er zo over nadenk…

Het verhaal speelt zich af op een zaterdagmorgen. Niet dat het moment echt bewust kozen was, het valt je gewoon op als je de bewuste plaats nadert, en ziet dat er ongewoon weinig plaats is om je wagen te parkeren. Dit is de zoveelste keer dat dit je overkomt, je slaakt een nog redelijk beschaafde vloek binnensmonds en neemt jezelf voor de zoveelste keer voor je boodschappen, zo ver als maar enigszins mogelijk, de volgende keer toch écht op een ander moment te doen.

De supermarkt verschilt in niets met alle andere, in een gemeente die bulkt van haar Vlaams karakter: de inwoners zijn rijk aan middelmatigheid en middelmatig rijk, telkens de nadruk op het laatste. Er staat in elke parochie een oversizede kerk die nog amper wordt gebruikt en zowat elke kilometer baan wordt onderbroken door één of andere werf voor waterwerken, elektriciteit of gewoon omdat het budget nog niet op was. De mensen zijn er Vlaams en tevreden over hun ontevredenheid.

Op de betonnen parking voor het betonnen fantasieloze gebouw is het mentaal en fysiek vechten om een plaats. Overal lopen en rijden mensen die in hun gedachten alleen zichzelf en hun veel te beperkte tijd voor ogen hebben, en ik verschil in niets van hun gedachten. Na bijna iemand te hebben overreden aan 5 kilometer per uur, net niet te zijn gebotst met een uitrijdende auto en veel toeterkabaal later sta je op je plek.

Een karretje neem ik al lang niet meer. Daarvoor moet je je herinneren steeds muntjes mee te nemen, maar het enige dat ik weet te onthouden is een stevige draagtas mee te brengen. Je komt binnen langs de glazen deur, die de uitgang blijkt te zijn. Iemand kan het niet laten om het op te merken, maar veel uitmaken doet het niet, want de uitgang is uiteindelijk gewoon vlak naast de ingang. Een lijstje maakte ik niet, het voordeel aan de fantasieloze aanpak van de gangen is dat er routine in zit. Je kan haast blind je spullen pakken.

Reeds lang maakte ik me de bedenking dat ook in de wandelgangen van de supermarkt er een soort voorrang van rechts zou moeten heersen. Veel beter nog zou zijn als ik hier alleen liep. Al die mensen op elkaar maken me op de een of de andere manier….. saggerijnig. Prikkelbaar, om een niet nader bepaalde reden. Ergens maken twee rekkenvullers ruzie. In feite is het pestgedrag onder mijn neus, maar het woord ethiek verliest in de supermarktcontext elke betekenis. Ik manoeuvreer tussen zon wagentje met kartonnen dozen op en een slecht geplaatste winkelkar van een eigenaar met een groot ego (of hoog verstrooidheidsgehalte, laat ik mezelf vooral niet vergeten) door naar mijn volgende item…

Eenmaal aangekomen aan de kassa’s is het bandwerk geblazen. Je weet zeker dat je iets bent vergeten maar het komt niet bij je op. Bij de persoon voor jou duidelijk wel, want die loopt nog vlug weg om iets te halen aan de achterkant van het gebouw. Een pakje boter ofzo. De frustratie neemt titanische proporties aan.

Eindelijk is het aan jou om je spullen op de band te leggen. Die pul fruitsap had ik moeten neerleggen. Ze kan ieder moment vallen. Ik ban de gedachte… half, en hou mijn hand op de dop. Een belachelijk zicht, maar ook die gedachte wordt gebannen. De oudere dame twee voor mij ziet er eigenlijk heel vriendelijk uit. Maar ik merk het niet op. Niet echt. Wel zie ik tot mijn ergernis dat het iemand is die graag gepast betaalt. Met veel koperwerk. En na lang tellen door de kassierster na lang aandringen dan toch inziet dat ze eigenlijk niet kàn passen. Het zou ik kunnen zijn, over een aantal jaren. Ze geeft een briefje van 50. Ik ben voor een tedere en zorgende maatschappij. MAAR NIET HIER! Ik ban de gedachte…

Eens het aan mij is, is het alsof je vanuit een kalme rivier ineens in ene stroomversnelling komt. Het ge’bieb-bieb-bieb’ van de kassa gaat als een razende. Hoe hard ik ook mijn best doe met het vullen van mijn draagtas, ik hou het niet bij. Een beginnend massief aan producten vormt zich vlak naast de kassierster, die zich hult in stilzwijgende ergernis. Eens haar taak er op zit, wacht ze geduldig tot ik uitgepuft ben, hopend dat mijn draagtas niet zal omvallen, net zoals de vorige keer.

De prijs valt eigenlijk heel goed mee. Veel beter dan de vorige supermarkt. Daar was er misschien wat meer fantasie, maar ik herinner mezelf eraan dat het crisis is en ik ban de gedachte. Eigenlijk, zo denk ik, is dat haast onmogelijk dat ik zoveel kan kopen voor zo weinig geld. Kinderarbeid. Het kan haast niet anders! Maar nee, denk ik. Dit is België. De overheid zou dat zeker niet toelaten. Bovendien zou men er actie tegen voeren… Ook van mijn liberaal gedachtegoed blijft niet veel over na een supermarktbezoek. Ik bots tegen drie auto’s aan en rij een fietser omver in het naar buiten rijden. Ik moet immers alles nog uitladen en heb nog zoveel te doen! Ik ban de gedachte…

Loïc Moureau
Docent ethiek & filosofie

Related Posts

Share This

Leave a Reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

Time limit is exhausted. Please reload CAPTCHA.