Democratische dictators

dec 19, 2014 by

Democratische dictators

Erdogan en Poetin worden vaak in de Westerse media afgeschilderd als dictators in de dop. Hiermee gaan zij voorbij aan de complexe moderne geschiedenis van Rusland en Turkije. Deze leiders maken juist gebruik van de middelen die de democratie hen biedt om hun macht te vestigen buiten de instituties om.

Turkije en Rusland waren een eeuw geleden multi-etnische rijken met aan het hoofd een tsaar/sultan, die ten onder gingen in de Eerste Wereldoorlog. Uit de as van burgeroorlog en invasies ontstonden progressieve dictaturen. In beide landen werd er een proces in werking gesteld om de maatschappij te seculariseren en economisch te moderniseren. De leiders van toen, Atatürk en Lenin, hebben gedurende het grootste gedeelte van de 20ste eeuw een diepe stempel gedrukt op hun landen. Beide landen werden feitelijk geregeerd door het leger (en de veiligheidsdiensten), die in alle opzichten prioriteit kreeg over andere sectoren.

Deze landen hebben nauwelijks democratie gekend. In Turkije trad het leger op als de hoeder van de staat en was de politieke macht van de partijen beperkt. In Rusland was er tot 1991 slechts één partij. Democratisering is pas in de jaren 1990 op gang gekomen en ging gepaard met zware corruptie. Aan het begin van deze eeuw kwamen er twee leiders op de voorgrond die de geschiedenis van hun land volledig zouden veranderen: Erdogan en Poetin. Beiden leken voort te komen uit een soort van ondergronds netwerk, in Poetin’s geval de KGB/FSB en in Erdogan’s geval de Gülen-beweging.

Wat opmerkelijk is aan beide leiders is dat zij beiden er in zijn geslaagd om los te komen van de partijen waaruit zij zijn voortgekomen. Zij hebben een dermate hoge persoonlijke populariteit bereikt dat zij bijna op eigen kracht gekozen kunnen worden tot president. Zij hebben paradoxaal genoeg hierdoor een sterker democratisch mandaat dan al hun historische voorgangers. Hun democratisch mandaat stelt hen in staat om in zekere mate de partijpolitiek achter zich te laten en op eenzame hoogte direct te regeren. Het heeft de Franse commentator/filosoof Guillaume Faye doen concluderen dat Poetin de Russische De Gaulle is.

 

Ik denk dat deze vergelijking mank loopt. Zo zijn Poetin en Erdogan geen product van het leger. Zo was Poetin feitelijk een KGB-klerk zonder hoge rang. Ook hebben zij geen heldenstatus door een oorlog met een buitenlandse vijand. Het bedwingen van een binnenlandse vijand (Tsjetsjenen en Koerden) heeft stabiliteit gebracht, maar zij hebben hier geen hoge status aan kunnen ontlenen. Het zijn politieke dieren. Zij zijn veeleer volkstribunen die hun lauweren hebben geoogst met economische resultaten. Poetin en Erdogan hebben vooral politieke en economische stabiliteit (en bescheiden economische voorspoed) gebracht.

De Gaulle was weliswaar een devoot Katholiek, maar heeft nooit gerommeld aan het seculiere karakter van de Franse republiek. Hoe anders zijn Poetin en Erdogan die radicaal hebben gebroken met de seculiere progressieve koers van hun landen in de 20ste eeuw. Zij omarmen Kerk en Moskee en veranderen hiermee het profiel van hun land. In beide gevallen keren zij zich af van het seculier geworden Westen en kijken zij veeleer aan het Oosten, zowel cultureel-religieus als geopolitiek.

Wat betreft de buitenlandse politiek lijken zij ook niet echt op De Gaulle. Het probleem met De Gaulle is dat zijn reputatie als internationale rebel gebaseerd is op een relatief korte periode van zijn leven (1963-1968). Tijdens de Tweede Wereldoorlog was hij de Britse pion (de tegenwoordig vergeten Giraud was de Amerikaanse favoriet) en na de oorlog kon hij vrij weinig doen tegen de economische malaise en de dekolonisatie (lees: ontbinding van Frankrijk als wereldmacht). Zijn terugkeer in de politiek maakte hij door Algerije los te maken van Frankrijk met als gevolg de repatriëring van miljoenen Fransen uit Noord-Afrika. Niet echt een succes.

De Gaulle maakte furore in de periode 1963-1968 door uit het militair overleg van de NAVO te stappen en de banden met de Sovjet-Unie aan te halen. Dit pad hield hij vijf jaar vol, waarna hij na massademonstraties aftrad ondanks een parlementaire meerderheid. Ik zie dat niet zo snel gebeuren met Poetin en Erdogan. Erdogan is degene die de laatste paar jaar het meest op De Gaulle lijkt met zijn eigen weg-van-de-NAVO/Israël politiek. De vraag is hoe lang hij dat kan volhouden en hoe diep dat zal gaan. Poetin heeft nooit veel liefde gehad voor de NAVO, maar lijkt zijn vervreemding van het Westen te moeten betalen met aanhankelijk aan China.

 

Wie een dictator (en wie niet) wordt bepaald door de Westerse media, aangestuurd door de (geo)politiek. In het geval van Erdogan en Poetin zijn zij in het licht van de nationale geschiedenis van hun landen juist leiders die bij uitstek met instemming van hun volk regeren. Zij zijn volkstribunen die weerwerk bieden tegen oligarchen en vaak buiten de structuren om regeren. Het is niet democratie via de instituties en ook geen verlichte dictatuur, maar ik denk dat deze meer presidentiële democratie wel een trend zal zetten voor de 21ste eeuw.

2 Comments

  1. uitstekende analyse!

  2. ‘Sultan’ Erdogan en ‘Tsaar’ Poetin, twee duivelse ‘vrienden’ in een Syrisch doosje!

    Schoot Turkije het idee van een ‘grote coalitie’ uit de lucht?
    Lees meer:
    http://www.artcommunication.nl/ons-kunstidee/sociaal-duurzaam-nieuws-crisis/nieuws-items-duurzame-kunst/399-schoot-turkije-het-idee-van-een-grote-coalitie-uit-de-lucht
    ArtCommunicator Peter Debets

Leave a Reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

Time limit is exhausted. Please reload CAPTCHA.