Rasfactor troeft vrouwenquotum af in klassenstrijd

sep 27, 2014 by

Rasfactor troeft vrouwenquotum af in klassenstrijd

Het is altijd nog ongelofelijk hoe een grondwetsartikel dat nota bene er op was gericht om verdeling van de samenleving te voorkomen, te weten het anti-discriminatiebeginsel in artikel 1, de hele samenleving alsnog dreigt te verscheuren. Zaken die op de eerste oogopslag totaal irrelevant zijn, zoals ras, geslacht en sexuele voorkeur zijn heden ten dage serieuze professionele selectiecriteria geworden. De vraag is dan ook waarom links ooit hier haar medewerking heeft aan verleend.

Oorspronkelijk was het ideaal van links een klassenloze samenleving, of op zijn minst een samenleving waarin klasse geen doorslaggevende rol zou spelen. Dat klinkt nu vreemd, maar tot de jaren 1950 was het heel gewoon dat men beroepsmatig in de voetsporen van de ouders trad. Vandaar het gezegde “als je voor een dubbeltje geboren bent, wordt je nooit een kwartje”. Tegenwoordig vindt men het vanzelfsprekend dat iedereen dezelfde kansen heeft in het onderwijs en op het werk.

Met de omarming van het feminisme, het anti-racisme en de homo-lobby heeft links echter de weg geplaveid naar een samenleving waar niet professionele vaardigheden voorop staan, maar juist zaken die irrelevant zijn in de beroepssfeer. Wat maakt het beroepsmatig uit of je al dan niet een vagina hebt, of een andere huidskleur of je je bed deelt met iemand van hetzelfde gelacht. Wordt je daar een betere typist van of maakt het je meer geschikt voor een leidende functie? Deze ontwikkeling zorgt er ook nog eens voor dat deze irrelevante eigenschappen de sociale mobiliteit hinderen.

Een concreet voorbeeld is de politie. Een straatagent is een relatief laaggeschoolde en laagbetaalde functie, die uit de aard der functie wordt gedomineerd door mannen. De promotiekansen zijn ook relatief gering, veel politie-agenten promoveren hoogstens naar een bureaubaan maar zelden naar een leidinggevende functie. Als ondervertegenwoordigde groepen als vrouwen voorkeur krijgen in de toewijzing van leidinggevende functies nemen de carrièrekansen van de andere politie-agenten zeer sterk af. Is dit rechtvaardig? Mij dunkt van niet.

Het wordt ernstiger als erkende minderheidsgroeperingen gaan concurreren met elkaar. Dan zien we dat niet alleen de kansen van ‘normale’ werknemers disproportioneel afnemen, maar ook die van minderheden die buiten de boot vallen: “Sorry, we hebben al teveel vrouwen.” Het is ook slecht voor de arbeidsmotivatie. Waarom zou je je best doen en opleidingen volgen als je weet dat je bij voorbaat wordt afgewezen, omdat je niet tot de ‘doelgroep’ hoort? Als vaardigheden geen rol spelen bij de selectie, dan zullen deze bovendien minder een rol gaan spelen op de werkvloer met alle gevolgen van dien.

Het ergste van deze ontwikkeling van selectie op grond van irrelevante criteria is dat het de klassenstrijd terugbrengt. Bij minderheden-pionier KPN kwam men er achter dat de vrouwen die werden gepromoveerd allemaal hetzelfde profiel hebben: “Uiteindelijk zie je vooral blanke, hoger opgeleide vrouwen, tussen de 40 en 50 jaar oud met dezelfde sociale achtergrond binnenkomen.” (vetje door mij) Verticale promotie (van klerk naar CEO) wordt met andere woorden afgesneden en de kandidaten komen steeds vaker uit hetzelfde sociale milieu: ons kent ons.

Datzelfde geldt ook voor etnische minderheden. Zo maken allochtonen uit de welgestelde burgerij (denk bijvoorbeeld aan Hindoestanen) door het voorkeursbeleid meer kans op studiebeurzen en een goedbetaalde overheidsbaan dan blanken uit de arbeidersklasse, die vaak nog moeten werken tijdens hun studie om de eindjes aan elkaar te knopen omdat er thuis weinig geld is. Zo ontstaat er weliswaar een meer diverse bovenlaag met vrouwen, etnische minderheden en homosexuelen (double income, no kids), maar dat gaat ten koste van de sociale mobiliteit van de Nederlandse lagere klassen. De klassenstrijd is zodoende weer terug van weggeweest.

1 Comment

  1. de ontstentenis van onderscheid naar sociaal-economische parameters binnen de ‘ontvangende samenleving’ van de als monopliet blok achtergestelden etnische minderheden was onderwerp van mijn nota: Centrumdemocratisch Beleid ter Bescherming van het Nederlands Staatsburgerschap’SWOCI mei 1985. Mijn verkiezingsresultaat Euroverk 1984 en deze nota hebben ertoe geleid, dat het Sr. art 429 quater lid 2is afgeschaft, waarvolgens discriminatie op grond van afkomst niet strafbaar was indien het ertoe diende leden van een groep die als geheel als kansarm wordt gezien te bevoorechten. (zgn postivieve discriminatie).
    zie http://www.alfredvierling.com publicaties

Leave a Reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

Time limit is exhausted. Please reload CAPTCHA.