De American Dream van Thomas Piketty

jul 29, 2014 by

De American Dream van Thomas Piketty

Thomas Piketty is de auteur van de best-seller ‘Capital in the Twenty-first Century’, dat door velen wordt gezien als een anti-kapitalistisch pamflet. Als we echter het boek ook echt lezen rijst er een beeld op van een ietwat wereldvreemde professor. In dit stukje wil ingaan op Piketty’s tijd in Amerika, of hoe je in een land kunt leven en er toch niets van kunt begrijpen.

Piketty schrijft in zijn boek dat hij zelf de American Dream beleefde toen hij na de afronding van zijn studie in Parijs een aanstelling kreeg aan de MIT in Boston (pagina 31, Engelse vertaling). De droom duurde echter niet zo lang, aangezien er uiteindelijk maar drie jaar heeft gewoond. Het is tekenend voor de misvatting van Piketty aangaande de American Dream. De American Dream hield namelijk in dat Europeanen definitief naar Noord-Amerika verhuisden om er de armoede te ontvluchten. Zij kwamen vaak zonder veel geld en bezittingen aan, maar werkten hard om hogerop te komen – van krantenjongen tot miljonair. Piketty daarentegen kreeg een mooie baan in zijn schoot geworpen en is daarom naar Amerika gegaan. Hij heeft niets hoeven te ontberen en bleef knus in het academische circuit.

Historisch gezien ziet Piketty wel dat Amerika Europeanen de mogelijkheden bood om een eigen boerderij te beginnen gezien de grote beschikbare landmassa (pagina 152), maar toch komt hij tot de volgende conclusie:

The United States had become capitalist, but wealth continued to have less influence than in Belle Epoque Europe [1890-1914], at least if we consider the vast US territory as a whole.

Juist in deze periode werden de Verenigde Staten meer dan ooit beheerst door de zogenoemde ‘robber barons’, superrijke industriëlen (miljardairs in hun eigen tijd!) die hele sectoren van de Amerikaanse economie beheersten. Zij monopoliseerden zodoende veel diensten en producten, wat tot een grote concentratie van rijkdom en macht leidde. Piketty stipt het wel aan op pagina 348, maar betoogt vervolgens dat de progressieve belastingen in de jaren 1910-1920 dit kapitaal afroomden (pagina 349). Hiermee gaat hij voorbij aan de groeiende machtsfactor van de vakbonden, alsof de overheid van nature een soort van eerlijke deler is. Deze groei was niet zonder tegenslag door de activiteiten van de ondergrondse kapitalisten van de maffia, die vakbonden afpersten en stakingen braken:


Piketty wijst er terecht op dat de inkomens in Amerika stegen tussen 1910 en 1950 en dat daarmee ook het verschil tussen arm en rijk afnam. De factor arbeid neemt hij daarbij echter niet in overweging, namelijk het feit dat de immigratie tussen 1910 en 1950 sterk afnam door de immigratie beperkende wetten die tussen 1903 en 1943 (en uiteraard het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog in 1914). De factor arbeid werd hierdoor relatief schaars. Pas in 1952 werd er weer een begin gemaakt de liberalisering van de immigratiewetten. Juist in dit tijdvlak tussen 1910 en 1950 maakte Amerika de sterkste groei door van het belang van de factor arbeid, met als hoogtij de jaren 1950. De zwakte van Piketty’s boek ligt dan ook in de waardering van immigratiebeperking voor de bevordering van de factor arbeid en de rol van de vakorganisaties daarin. Het woord ‘trade union’ wordt dan ook maar één keer genoemd (p. 310).

Related Posts

Share This

Leave a Reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

Time limit is exhausted. Please reload CAPTCHA.