Roven in de woningsector

jun 28, 2014 by

Roven in de woningsector

Een mooie uitvinding is de sociale woningbouw, voor mensen uit de lagere inkomensgroepen die toch graag een dak boven het hoofd willen hebben, maar niet genoeg financiële middelen hebben om zelf een woning aan te schaffen. Ze kunnen dan in deze ‘sector’ terecht en een woning huren. Waarbij de overheid kijkt naar het gezamenlijke of enkel inkomen, om hier vervolgens een woning in de juiste prijsklasse bij te vinden.

Alle gelden van de huurders komen dan terecht in een grote pot, waarbij nieuwe huizen, grond en dergelijke wordt aangekocht en ook de bestaande huizen worden onderhouden. Maar uiteraard ontstaat er dan een grote pot met geld en daarbij nog het nodige kapitaal aan huizen en grond. Hierop komen dan natuurlijk ook aasgieren af. Met de liberaliseringsgolf van de jaren negentig, kwam er een mooie kans voor hen en had dit voor de woningcorporaties ernstige gevolgen.

Deze liberalisering, is de verzelfstandiging van de woningbouwverenigingen. Als eerste werden verenigingen omgezet in stichtingen, dit werd in 1993 geregeld in het Besluit Beheer Sociale Huursector. Daardoor konden de gemeenten corporaties niet langer sturen, ze waren immers zelfstandig. Wel bleef er landelijk toezicht, waarbij wordt gekeken of aan de eisen van de Rijksoverheid wordt voldaan en of op een verantwoordelijke wijze met de financiën wordt omgesprongen. De verzelfstandiging van de verenigingen betekende daarmee in feite een privatisering van het bestuur.

Daarnaast werden deze ook nog financieel verzelfstandigd, via de Wet Balansverkorting geldelijke steun volkshuisvesting. In deze wet uit 1994 werd geregeld dat er voortaan geen objectsubsidies meer werden verleend. Doordat corporaties nu zelf het benodigde geld bij elkaar moesten halen, werden er minder goedkope sociale huurwoningen gebouwd, daar de huuropbrengsten van deze woningen ten opzichte van de bouwkosten niet rendabel zijn.

En waarbij vóór de privatisering de doelstelling was om kostendekkend te kunnen opereren is na de privatisering het maken van winst centraal komen te staan. Woningcorporaties hebben zich massaal gestort op segmenten waar zij eigenlijk helemaal niets te zoeken hadden. Zoals het massaal zich begeven op de beurs, met o.a. derivaten en dergelijke onbegrijpelijke beursinstrumenten. De investeringen in het oude vlaggenschip van de Holland Amerika Lijn, de Rotterdam, is hier een goed voorbeeld van.

Bij dit schip zijn de kosten dermate uit de pan gerezen dat het haast onmogelijk is geworden om dit schip kostendekkend te kunnen exploiteren. Verder hebben de bestuurders van de woningcorporaties zich begeven op de exotische markt van vakantiebestemmingen en lieten complexen bouwen in verre oorden met het oogmerk om daar een graantje mee te pikken van de opbrengsten uit de toeristenindustrie. Dit alles heeft niets te maken met hun taak om betaalbare woningen voor de bevolking te creëren.

Daarom is de politiek al een tijdje bezig zich hierover druk te maken. Men komt zelfs met een parlementair verhoor om exact uit te zoeken wat er nu precies fout is gegaan. Omdat er uiteraard ook het nodige fout is gegaan bij het overheidstoezicht. Met name de PVDA lijkt hiervan het slachtoffer, traditioneel een groot voorstander van de sociale woningbouw, maar ook de mensen van de deze partij hebben blijkbaar zitten slapen.

Related Posts

Share This

Leave a Reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

Time limit is exhausted. Please reload CAPTCHA.