Media-controle door de overheid, deel 2

jun 1, 2014 by

Media-controle door de overheid, deel 2

De overheid heeft altijd al geprobeerd om de media te controleren. In de 19de eeuw was er het dagbladzegel en voor de Tweede Wereldoorlog was er de radio-omroep controle commissie (ROCC), die er voor zorgde dat er geen al te opruiende boodschappen in de ether werden gegooid. Zo werd het spelen van de ‘Internationale’ door de VARA met succes bestreden.

In 1951 kwam er de Wet Voorziening Perswezen. Deze wet was een opvolging van de Wet noodvoorziening Perswezen (1947), die werd aangewend om de naoorlogse pers te zuiveren van veroordeelde collaborateurs door middel van de Commissie voor Perszuivering. Vandaar dat de in artikel 2 gestelde beperkende bepalingen betrekking hebben op degenen die worden uitgesloten van de uitoefening van het beroep van journalist.

In artikel 3 werd de instelling van de Persraad in 1945 (artikel 9, Tijdelijke Persbesluit 1945) bevestigd en verder uitgewerkt. De leden van deze Persraad werd benoemd door de bevoegde minister en moest een eed afleggen aan die minister bij aanvaarding van hun functie, met uitzondering van de voorzitter en vicevoorzitter die werden benoemd door de Kroon (regering plus staatshoofd).

De Persraad hield zich aanvankelijk bezig met het handhaven van de verbodsbepalingen voor veroordeelde collaborateurs, maar gaandeweg breidde de Persraad haar bevoegdheden uit. Zo hield zij zich in de jaren 1960 bezig met dagbladfusies. De Persraad is in beginsel een controle-orgaan, gebaseerd op het principe van zelfregulering. De vraag is echter waar de zelfregulering stopt ende censuur begint.

In ‘Raden voor de Journalistiek in West-Europa door Daphne C. Koene (Amsterdam/Den Haag 2008) wordt ingegaan op de zelfregulering van de pers door middel van organen als de Raad voor de Journalistiek en de Persraad, de laatste vanaf 1988 opgeslokt door de Media-raad. In  het werk van Koene komen een aantal interessante inzichten in naar voren.

Ten eerste is er het argument van de kwaliteitsmedia. In noot 3 op pagina 5 komt een interessante zinsnede van de Franse professor Claude-Jean Bertrand voor. Hij ziet een persraad (press-council) als “potentially the most useful media accountability system and the greatest weapon in the fight for quality news media”. Een persraad zou dus moeten instaan voor de kwaliteit van de media, maar de vraag is hoe dat moet worden gemeten en hoe transparant dit is. Het is hetzelfde argument voor het bestaan van een staatsgesubsidieerde TV-nieuwskanaal.

Ten tweede is er het argument van de mediamacht, die op dezelfde bladzijde naar voren wordt gebracht in de vorm van een quote van Miklós Haraszti (OVSE vertegenwoordiger voor media-vrijheid): “I see self-regulation and the promotion of quality journalism as additional safeguards of media freedom and even of media power.” Nu is het pleiten voor (zelf)regulering van de media juist in tegenspraak met persvrijheid. Een vrijheid dient namelijk vanzelfsprekend te zijn, vrijheid betekent juist vrij van regulering. De opmerking over mediamacht is nogal een sinistere bedoening, want wie bepaalt uiteindelijk de politieke agenda: de verkozen volksvertegenwoordigers of de ongekozen mediabazen? Of allebei (zie plaatje hierboven)?

Tegenwoordig is juist de vraag of de controle van de gedrukte media niet teveel in één hand is geconcentreerd. Naast de Telegraaf Mediagroep is de Nederlandse landelijke dagbladpers bijna volledig geconcentreerd in de handen van de De Persgroep, een mediabedrijf dat onlangs nog een bod deed op NRC Handelsblad. In hoeverre draagt deze concentratie bij aan een pluriforme kwaliteitspers? In hoeverre draagt een orgaan als de Nederlandse vereniging van hoofdredacteuren bij aan pluriforme media of juist meer zelfregulering??

Last but not least, is er de enigszins verborgen macht van de persbureau’s. Ondanks de waaier van nieuwsmedia is de berichtgeving de afgelopen decennia niet alleen steeds gelijkluidender geworden, maar ook steeds meer versmald, omdat vrijwel alle media putten uit dezelfde bron, namelijk de persbureau’s van ANP, Reuters en AFP. Zelfs berichten uit het verre niet-Engelstalige buitenland komen tot ons via deze bureau’s. Wat zou de media-raad hierover te zeggen hebben?

Intussen is de Media-raad aan het begin van de jaren 2010 een stille dood gestorven. In een verzoek van de Tweede Kamer om deze weer op te richten (sic!) antwoordde Staatssecretaris Dekker eind 2013 dat het Kabinet daar niets in ziet. In een brief aan de Kamer schreef hij: “De journalistiek is een vrij beroep en dat moet vooral zo blijven.” De Kamer handelde echter naar aanleiding van het rapport ‘A free and pluralistic media to sustain European democracy’ (2013). Hierin staat de volgende huiveringwekkende passage:

“Responsibilities [of the media] also include adhering to legal principles such as protection of individual rights and freedoms, for example in respect of libel or protecting the right of reply for those covered in media stories, as well as following certain ethical standards, for example in relation to how political radicalism is portrayed in the media” (pagina 13)

De vraag is waarom ‘ political radicalism’ (lees: de oppositie) volgens ‘certain ethical standards’ (lees: andere ethische nomen) dienen te worden behandeld dan de gevestigde macht. Het belooft weinig goeds dat de EU denkt te moeten ingrijpen in de nieuwsmedia. Wederom komt het argument van ‘kwaliteitsmedia’ naar voren in het rapport: “There should be streamlining and coordination of support and funding for quality journalism, as already exists in several EU countries.” Stroomlijning en coordinatie, tot welk doel zou je jezelf kunnen afvragen.

Het hele EU-rapport druipt van de interventie door overheidssubsidies en overheidseducatie om journalisten in een mal te gieten onder de noemer van kwaliteitsmedia – zij worden in elk stadium van hun loopbaan (van scholing tot loopbaanmogelijkheden) geconfronteerd met de overheid. Hoe kan hierdoor een onafhankelijke berichtgeving worden gewaarborgd die de overheid bij wijlen eens kritisch tegen het licht houdt? De media-controle door de overheid krijgt heden ten dage nieuwe vorm door de EU en blijft hierdoor een voortdurende bron van zorg.

Leave a Reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Time limit is exhausted. Please reload CAPTCHA.