De West-Indische Compagnie: een bedrijf in de slavenhandel

jun 29, 2014 by

De West-Indische Compagnie: een bedrijf in de slavenhandel

Een onderneming in de handel van slaven; de West-Indische Compagnie wordt opgericht in 1621 (t/m 1791) en was een bedrijf met een ondernemings- en aandeelhoudersstructuur (zoals een BV), zodat de aandeelhouders afzonderlijk niet aansprakelijk waren voor de beslissingen van het bestuur. In de 17e en 18e eeuw bezat de WIC het staatsmonopolie op de handel en scheepvaart op de ‘West’. Dit zijn de gebieden die grenzen aan de Atlantische Oceaan: West-Afrika en Amerika.

De WIC was een landelijk bedrijf en had vijf zogenaamde Kamers ofwel kantoren. Deze waren te vinden in Amsterdam, Middelburg, Rotterdam, Hoorn en Groningen. De belangrijkste hiervan was de Amsterdamse, blijkens uit het complete Capitaelboeck van de Amsterdamse kamer, er kochten tussen november 1621 en november 1623 negenhonderd mensen voor maarliefst 1,9 miljoen gulden aan aandelen.

De compagnie verdiende naast de slavenhandel ook geld met goederenhandel en kaapvaart. Het bedrijf tapte handig in een bestaat circuit van de slavenhandel. Op de westkust van Afrika handelden zwarten en Arabieren alreeds in Afrikaanse slaven en die handel was winstgevend. Men werkte volgens de zogenaamde driehoekshandel. De schepen voeren met handelswaar naar Afrika, kochten daar slaven en voeren vanuit Zuid-Amerika en het Caribische gebied met goederen, meestal suiker, weer naar Nederland.

Het bedrijf was gerechtigd door de Staat der Nederlanden in de landen liggende binnen de limieten van haar octrooi (45 artikelen van haar charter) handel te drijven en bezittingen te verwerven. Zij kon overeenkomsten sluiten met de inlandse vorsten aldaar, oorlog voeren en vrede sluiten, al naar haar belangen dit vorderden. Een per zoveel jaar (eerste octrooi voor 24 jaar) werd opnieuw gekeken of de onderneming nog levensvatbaar was en werd dit dan opnieuw uitgegeven.

Onder gekozen volksvertegenwoordigers, waaruit de regering Kabinet-Thorbecke II tot stand kwam, werd de slavernij afgeschaft. Op 1 juli 1863 werden in Suriname, Nederlands belangrijkste slavenstaat in de West, zo’n vijfendertigduizend mensen uit de slavernij verlost.

Leave a Reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

Time limit is exhausted. Please reload CAPTCHA.