Etniciteit wel relevant voor criminaliteit

mei 10, 2014 by

Etniciteit wel relevant voor criminaliteit

Gisteren viel mijn oog op een artikel uit het dagblad Trouw, getiteld “Etniciteit niet relevant voor aanpak jeugdcriminaliteit“. Dit zou blijken uit een onderzoek naar ontwikkeling van de criminaliteit onder allochtonen en autochtone jeugd in Rotterdam in opdracht van het Programma van Politie & Wetenschap. Het is een vreemde conclusie, want er is wel degelijk een sterke correlatie tussen criminaliteit en cultuur. Criminaliteit ontwikkelt zich bovendien niet in alle etnische groepen in gelijke mate.

In het bewuste rapport wordt weliswaar gesproken over de oververtegenwoordiging van allochtone jongeren in de criminaliteitscijfers (pagina 19 en 23), maar er wordt even later gesproken over ‘sociale deprivatie’ (pagina 43), oftewel armoede, als een belangrijke oorzaak. Dit is opmerkelijk, aangezien migranten vaak uit arme landen komen en derhalve hier juist een significant hogere levensstandaard hebben.

Wel wordt er gewezen op de oververtegenwoordiging van jongeren uit eenoudergezinnen (pagina 22), maar wederom is de culturele factor volledig afwezig en dat terwijl eenoudergezinnen in Antilliaanse en Surinaamse culturen, evenals in andere Afrikaanse culturen,  zowat de norm is. De Afrikaanse culturele factor werkt nog sterker door, omdat Hindoestaanse Surinamers zich niet als Surinamers identificeren maar als Hindoestanen (pagina 119). De ironie is dat de auteur van het Trouw-artikel, de Hindoestaanse Perdiep Ramesar, dit niet heeft opgemerkt. Dat is waarschijnlijk omdat hij het rapport niet heeft gelezen en niet verder is gekomen dan het persbericht.

Een factor die helemaal niet wordt genoemd in het rapport is de transetnische criminaliteit, dat wil zeggen de criminaliteit die buiten de eigen cultureel-etnische groep wordt gepleegd. Uiteraard is er in de media veel aandacht voor discriminatie onder Nederlanders (dan is etnische factor opeens wel heel erg op de voorgrond aanwezig: autochtone dader, allochtoon slachtoffer). Ook in het rapport wordt discriminatie genoemd (pagina 107), waarbij wordt opgemerkt dat de discriminatie onder etnische minderheden eigenlijk een blinde vlek is. Maar de transetnische criminaliteit van geweldplegingen en overvallen van overwegend allochtone daders en overwegend autochtone slachtoffers wordt onder andere daardoor totaal niet opgemerkt.

Eigenlijk is het meest onderbelichte aspect van dit rapport de ingroup-outgroup gedragingen van allochtone minderheden. Het wordt weliswaar behandeld (pagina 107-110), maar het komt verder niet in de conclusie terug. Dit mechanisme waarin de eigenlijk etnisch-culturele groep als belangrijker wordt gezien als de naburige etnisch-culturele groep is mijns inziens een belangrijke factor in criminaliteit – als je jezelf niet gebonden voelt met de regels van de gastsamenleving, dan is de stap naar crimineel gedrag een hele kleine. Het probleem in Nederland is dat er veel minderheden zijn die uit culturen komen waarin ingroup-outgroup een belangrijke rol speelt, met name in de Islam. De Islam zelf is geen bron van criminaliteit, maar draagt wel bij aan de vervreemding met de maatschappij.

Het rapport kent als klap op de vuurpijl een zeer verrassende conclusie: “Jongeren met twee allochtone ouders blijken niet crimineler te zijn dan jongeren met twee Nederlandse ouders.” (pagina 221) Dit is opmerkelijk, aangezien het Sociaal-Cultureel Planbureau (CPB) twee jaar geleden nog met schrikbarende cijfers kwam over criminaliteit onder met name Marokkaanse en Antilliaanse jongeren, een trend van jobstijdingen die al jaren aan de gang is. In 2000 luidde Paul Scheffer nog de noodklok over het ontstaan van een allochtone onderlaag door criminaliteit, schooluitval en andere scoaal-economische problemen. De culturele problemen blijven in de mainstream media nog buiten beeld.

Leave a Reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

Time limit is exhausted. Please reload CAPTCHA.